Ballooërveld

In het hart van het Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa ligt het Ballooërveld. Het is een van de weinige plekken binnen het Drentsche Aa-gebied waar de grote heide, essentieel onderdeel van het esdorpenlandschap, nog enigszins kan worden ervaren, en waar aan weerszijden de relaties met de naastgelegen beken tastbaar zijn.

Het Ballooërveld is als een oude huid vol littekens in de vorm van onder meer karrensporen, Celtic Fields en grafheuvels. Ook is het lange tijd in gebruik geweest als militair oefenterrein en het is mede te danken aan Defensie dat het Ballooërveld er nog zo ongeschonden bij ligt. Wel heeft Defensie langwerpige bosgroepen aangeplant die werken als ‘kamerschermen’, ze delen de ruimte op, waardoor nergens de grote openheid kan worden ervaren, die in dit deel van Drenthe tot 50 jaar geleden zo karakteristiek was. Naast de Defensiebosjes groeit het veld aan de randen dicht door spontane opslag van beplanting als gevolg van het te extensieve beheer.

Het Ballooërveld zelf is recentelijk door Defensie overgedragen aan Staatsbosbeheer. Dat was een extra aanleiding om opnieuw te kijken naar de inrichting en samenhang tussen landschap, cultuurhistorie en aardkunde, en natuur en recreatie. Strootman Landschapsarchitecten heeft in opdracht van Staatsbosbeheer een inrichtings- en beheerplan opgesteld waarin al deze belangen zijn verwerkt in een ruimtelijk ontwerp.De opeenstapeling van archeologie, historische geografie, historische ecologie en aardkunde maakt het Ballooërveld tot een uitzonderlijk gebied. In het inrichtingsplan vormen deze aspecten de basis voor een toekomst waarin het recreatieve gebruik en dan vooral het beleven van de historische en ecologische kwaliteiten en de grote open ruimte centraal staat.

Om de grote open heide weer te kunnen ervaren, zal het grootste deel van de Defensiebosjes en de natuurlijke opslag worden verwijderd, en zal het veld intensiever worden begraasd met een gescheperde kudde Drentse heideschapen. Door het verwijderen van opgaande beplanting wordt de ruimtelijke samenhang tussen karrensporen, grafheuvels en Celtic Fields zichtbaar en kunnen bezoekers overweldigd raken door de grote hoeveelheid aanwezige grafheuvels die nu vaak niet zichtbaar zijn. Solitaire bomen en kleine boomgroepen blijven juist staan en door grote variatie in microreliëf op het veld verandert het perspectief van de wandelaar voortdurend. Door het open maken van het heideveld krijgt ook de reeks van dorp-es-heideveld-beekdal rond het dorp Balloo op een nieuwe manier gestalte.

De randen van het veld vormen een rijke omlijsting van kleine jonge heideontginningen; herinneringen aan pogingen van boeren om zo’n 100 jaar geleden de heide in cultuur te brengen. Deze jonge ontginningen zijn vaak omzoomd met een houtwal of beplantingssingel. Deze omlijstingen worden uitgeprepareerd en liggen straks als markante plekken op de open heide. Binnen in deze ‘schatkamers’ komen bijzondere vegetaties, bijvoorbeeld soortenrijke graslanden afgewisseld met de klassieke haverlandcultuur.

Aan de westkant van het Ballooërveld ontstaat een open ruimtelijke verbinding tussen veld en beekdal, terwijl aan de oostkant van het veld de bestaande houtwal zoveel mogelijk wordt hersteld. In de oostelijke houtwal, zo kenmerkend voor de 19e-eeuwse ontginningen, worden doorkijkjes gemaakt naar het beekdal.

Locatie: Gemeente Aa en Hunze

In samenwerking met: Rijksuniversiteit Groningen (RUG) (Jeroen Zomer, Theo Spek)

Opdrachtgever(s): Staatsbosbeheer regio Noord

Omvang in ha: 900ha (heideveld ca. 367ha)

 Jaar van ontwerp: 2009

 Jaar van uitvoering : 2010-2014

Videofragment uit speciale uitzending Kunstuur

Luchtvideo van karrensporen

Publicatie Noorderbreedte

Download projectblad PDF


Inschrijven nieuwsbrief